
Gerechtsdeurwaarderswet
Artikel 25
1
Kandidaat-gerechtsdeurwaarder is hij die met goed gevolg een door Onze Minister erkende opleiding tot kandidaat-gerechtsdeurwaarder heeft doorlopen, of die in het bezit is van een ten aanzien van het beroep van gerechtsdeurwaarder afgegeven EG-verklaring als bedoeld in de Algemene wet erkenning EG-beroepskwalificaties.
2
Een erkenning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend indien het opleidingsplan aan bij of krachtens algemene maatregel van bestuur gestelde eisen voldoet. Deze eisen kunnen betrekking hebben op:
a
de duur en de inrichting van de opleiding;
b
de toelating tot de opleiding;
c
de organisatie en exploitatie van de opleiding;
d
de examens en de rechtsbescherming van de cursisten;
e
het in rekening brengen van een financiƫle bijdrage aan degene die de opleiding volgt.
3
De erkenning kan worden ingetrokken indien:
a
de erkenning is verleend op grond van onjuiste gegevens,
b
de opleider geen of onvoldoende uitvoering geeft aan het opleidingsplan;
c
de opleider niet voldoet aan de bij of krachtens wet gestelde regels.
4
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot de aanvraag van een erkenning en de besluitvorming daarover. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan een commissie worden ingesteld die belast is met de behandeling van beroepschriften van cursisten en stagiairs en met advisering over de opleiding.
Jurisprudentie bij dit artikel
- Hieronder wordt een selectie van de bijbehorende jurisprudentie getoond.
- Geen resultaten gevonden voor de door u opgegeven zoek termen.